Epidemiologie en definities
februari 19, 2007
Snurken is ademgeluid tijden de slaap ten gevolge van een nauwere bovenste luchtweg dan de luchtweg bij menen die niet snurken.
Er treedt een turbulentie van de luchtstroom op en weke delen vibreren.
Een persoon die vrijwel elke nacht snurkt wordt een habitueel snurker genoemd. Habitueel snurken komt voor bij 20% van de volwassen mannen en 10% van de vrouwen.
Een slaap apneusyndroom (OSAS) is gedefinieerd als het voorkomen van meer dan 10-15 apneus/hypopneus per uur tijdens de slaap. Ongeveer 15% van de snurkers voldoet aan deze definitie. Dit betekent een prevalentie van het OSAS van 1-4% in de volwassenen bevolking. Een apneu is gedefinieerd als het stoppen van de luchtstroom aan neus en mond voor meer dan 10 seconden.
Bij een obstructieve apneu gaat daarbij de adembeweging van borst en buik door, ten teken dat de oorzaak gelegen is in een obstructie op bovenste luchtweg niveau. Dit in tegenstelling tot een centrale apneu waarbij zowel de luchtstroom als de adembeweging afwezig is, wat betekent dat er sprake is van een centrale oorzaak. Een hypopnoe wordtgedefinieerd als een vermindering van de luchtstroom ten gevolge van een gedeeltelijke obstructie van de bovenste luchtweg. In de meeste patiënten zullen zowel apneus als hypopneus optreden en het is dan ook de gewoonte deze bij elkaar op te tellen (apneu-hypopneu index.
Pathofysiologie.
Tijdens de slaap is de activiteit van de pharynxmuscultuur gereduceerd t.o.v. de wakkere toestand. Dit betekend dat de weerstand in de bovenste luchtweg tijdens de slaap hoger is. In combinatie met andere factoren kan tijdens de inademing’s nachts de negatieve intra-thoracale druk een –gedeeltelijke- collaps veroorzaken in de bovenste luchtweg. Bij een slechts geringe vernauwing heeft dit enkel snurkgeluiden tot gevolg, bij een wat ernstigere vernauwing is er sprake van een hypopnoe en bij een totale obstructie is een gevolg een apneu. Deze genoemde andere factoren bestaan in de eerste plaats uit de individuele natomie van de pharynx zoals bijvoorbeeld retro- en micrognathie, grote tonsillen, brede tongbasis, gestoorde neuspassage, myxoedeem, tumoren. In de tweede plaats speelt overgewicht en met name vetweefsel in de halsregio een rol in de ruimte van de bovenste luchtweg. In de derde plats kunnen alcohol en sedativa de actviteit van de pharynxmusculatuur verder doen afnemen en daardoor ook de ritme in de bovenste luchtweg wardoor eerder snurken, hypopnoes en apneus optreden.
Uit het bovenstaande mag duidelijk zijn dat snurken, hypopnoes en apneus in wezen een zelfde pathofysiologische oorzaak hebben, echter in ernst verschillen en onder bepaalde omstandigheden in elkaar over kunnen gaan.
Gevolgen
Snurken kan psychosociale gevolgen hebben. De partner slaapt slecht of elders, de snurker krijgt klachten op de camping enzovoort.
Een gedeelte van de snurkers kan ook slaperig zijn overdag ten gevolge van arousals tijdens de nachtelijke slaap.
Deze arosals zijn het gevolg van toenemende bovenste luchtwegweerstand die overwonnen moet worden.
Deze snurkers lijden aan het zogenaamd upper airway resistance syndroom.
Zijaanzicht van de neusholte (1), de mondholte (2) de tong (3), het harde gehemelte (4) zachte gehemelte met in het midden daarvan de huig (5) de keelholte (6) met daaronder de stembanden (dit zijn twee witte slijmvliesplooien net onder het cijfer 7), de luchtpijp (8), die vóór de slokdarm (9) ligt en de adamsappel (10). 